Het was een tijdje stil rond de Dying Light-serie, maar met Dying Light: The Beast probeert Techland de zombie-apocalyps nieuw leven in te blazen. Letterlijk én figuurlijk. Waar Dying Light 2 nog wat hinkte tussen ambitie en technische problemen, lijkt deze nieuwe telg eindelijk te doen wat fans al jaren willen: pure chaos, rauwe actie en het soort vrijheid waardoor je elk dak, elke muur en elke zombie met een grijns tegemoet springt. Maar vergis je niet: The Beast is geen simpele uitbreiding of spin-off. Dit is een volwaardige opvolger die meer durft — en soms net iets te veel.
Dying Light: The Beast speelt zich af in Castor Woods, een fictieve toeristische bestemming op het platteland in de Westelijke Alpen, dat nu overspoeld wordt door zombies. De game vervolgt het verhaal van Kyle Crane na de gebeurtenissen in Dying Light 2, met een spelwereld met verschillende biomen, zoals een nationaal park, industriegebieden, moerassen en landbouwgronden
De sfeer is direct herkenbaar voor veteranen van de serie. Je klimt, glijdt en springt door de spelwereld alsof je nooit bent weggeweest, terwijl de wereld onder je in een soort georganiseerde chaos explodeert. De setting voelt fris aan: verticaler, dynamischer en veel meer levend.

Beestachtige bedoelingen
Het verhaal draait dit keer weer om Kyle Crane, de hoofdpersoon uit de originele Dying Light welke besmet is geraakt met een mutatie van het zombievirus. Anders dan voorgaande hoofdpersonen probeert hij niet per se zijn menselijkheid te behouden — hij leert het juist gebruiken.
Na de gebeurtenissen in Dying Light: The Following hield Crane zich 8 jaar lang schuil voor de Global Relief Effort (GRE), maar werd gevangen genomen door een mysterieuze schurk genaamd de Baron. Na 13 jaar te zijn onderworpen aan marteling en experimenten door de Baron, ontsnapt Crane, die nu een mix van zombie- en menselijk DNA heeft, aan gevangenschap en zweert wraak op de Baron, terwijl hij ook het beest in hem moet bevechten.

Parkour met pit
Het parkour is nog steeds het kloppende hart van Dying Light, en The Beast tilt het systeem naar nieuwe hoogten. Alles voelt vloeiender en responsiever dan ooit. Waar Dying Light 2 soms frustrerend onnauwkeurig aanvoelde, land je hier met chirurgische precisie op richels, muren en luifels.
De combat is verbeterd. Slagen voelen zwaarder, wapens breken minder snel (halleluja!), en er is eindelijk wat variatie in animaties. Vooral de close combat met blote handen — of beter gezegd: klauwen — is een heerlijke guilty pleasure.
Net als in de eerste game zijn de zombies traag wanneer ze worden blootgesteld aan zonlicht, maar ze worden agressiever en vijandiger in de nacht. Crane kan verschillende melee-wapens en vuurwapens gebruiken om vijanden te verslaan, evenals zijn bovenmenselijke vaardigheden, waardoor hij sneller kan rennen en sprinten dan typische mensen. Hij kan ook de “Beast Mode” betreden, waarmee hij krachtige aanvallen met blote handen kan uitvoeren en omgevingsobjecten naar vijanden kan gooien om ze grote schade toe te brengen. Naarmate je verder komt in de game kun je vaardigheden voor Crane ontgrendelen om zijn gevechtsvaardigheden verder te verbeteren.

Nacht blijft nachtmerrie
De dag-nachtcyclus blijft een van de sterkste troeven. Overdag verken je, plunder je en red je wat zielen. ’s Nachts word je zelf de prooi. Maar nu is het nog intenser: infecties muteren afhankelijk van de tijd, waardoor je nooit helemaal weet wat je tegenkomt.
Toch is het niet alleen angstaanjagend: met Crane’s nieuwe gaven kun je ’s nachts ook de rollen omdraaien. Voor het eerst in de serie voel je je niet volledig machteloos in het donker en dat is best verfrissend.
Technische beestigheid
Visueel is Dying Light: The Beast een monster van een game. De spelwereld is adembenemend gedetailleerd, met realistische belichting, volumetrische mist en animaties die zelfs de kleinste bewegingen overtuigend maken.
Op PS5 en Xbox Series X draait het spel grotendeels stabiel op 60 fps, met slechts lichte dips tijdens massale hordes. De PC-versie is ronduit indrukwekkend, al vraagt hij wel een stevige GPU als je alles op “Ultra” wil draaien. Toch zijn er technische rafelrandjes. Af en toe glitcht een vijand door de vloer of weigert een NPC te praten tot je even wegrent en terugkomt. Niet gamebrekend, maar het haalt wat van de polish af die je van een derde deel zou verwachten.
Gelukkig maakt het geluid veel goed. De combinatie van subtiele ambiance, angstaanjagende kreten en pulserende muziek tijdens achtervolgingen zorgt voor pure adrenaline. Het is horror, actie en chaos in perfecte symfonie.

Een beest met gebreken
Hoewel The Beast de serie nieuw elan geeft, voelt het verhaal soms wat rommelig. Jonah’s worsteling met zijn mutatie is intrigerend, maar de bijpersonages zijn minder memorabel dan in eerdere delen. De keuzes die je maakt hebben impact, maar de gevolgen blijven te vaak oppervlakkig.
Daarnaast kampt de game nog steeds met een probleem dat Dying Light al sinds dag één heeft: repetitie. Na zo’n twintig uur begin je patronen te herkennen, zoals dezelfde vijandengolven, dezelfde torens om te beklimmen, dezelfde fetch-quests maar dan net in een iets andere verpakking.
Toch blijft het leuk om te spelen. De pure kinetische energie van parkour, vechten en vluchten is zó bevredigend dat de herhaling nooit echt stoort.
Conclusie
Dying Light: The Beast is rauw, ambitieus en bloederig op de juiste manier. Techland levert de evolutie waar fans op hoopten: een open wereld die reageert, een hoofdpersoon die tussen mens en monster balanceert, en gameplay die zowel soepel als bruut aanvoelt.
Het is niet helemaal perfect, want het het verhaal hapert een beetje, de missies herhalen zich, en er blijven kleine technische schoonheidsfoutjes. Maar verdomme, als dit beest losgaat, dan gáát het ook echt los.








