“Ga je mee naar een feestje?” vroeg een vriend laatst. Ik dacht aan bier, chips en slechte muziek. Bleek dat hij Midnight Murder Club bedoelde. En eerlijk: dit feestje had alles behalve chips en bier. Donkere gangen, pistolen met te weinig kogels en paranoia die zelfs m’n kat gespannen liet meeluisteren. Welkom in Wormwood Manor: een landhuis dat qua interieur ergens tussen Scooby-Doo en een Ikea-showroom ligt, maar dan met veel minder licht en een hele hoop bloed.
De kern van de game is simpel: jij en je vrienden worden in een donker huis gedropt, krijgen een zaklamp en een revolver, en moeten elkaar proberen af te knallen. Dat klinkt simpel, en dat is het ook. Maar doordat je zaklamp je zowel redt als verraadt, zit je constant in een soort “moet ik nou wel of niet kijken?”-angst. En laat ik je vertellen: niets voelt zo verraderlijk als het moment dat je in het pikkedonker “klik-klik” hoort… en beseft dat je kogels op zijn.
Sommige matches zijn briljant: je sluipt door de gangen, je hoort iets in de verte, je draait jezelf om, vuurt, er is ineens chaos, iedereen rent in paniek weg. Maar andere keren is het vooral wachten in de duisternis, terwijl je luistert naar de ruis die uit je controller komt. De spanning moet van dingen komen die je kan doen, maar de tools zijn soms net te beperkt om het lekker creatief te maken.

Donkerder dan een studentenhuis na de stroomrekening
Waar Midnight Murder Club écht scoort, is in de spanning. Het geluidssysteem is briljant: je hoort voetstappen dichtbij, gefluister door proximity chat, of een vriend die denkt slim te fluisteren maar per ongeluk zijn microfoon in standje “stadion” heeft staan. Het zijn die momenten waarop je hartslag sneller gaat dan de muziek in de intro van Doom.
Visueel is het lekker duister, maar niet altijd even indrukwekkend. Laten we zeggen: het is meer “Indie horrorfilm op Netflix” dan “Hollywood-blockbuster”. Maar de sfeer draagt dat allemaal.

Chaos in een notendop
Je hebt maar een paar tools: zaklamp, revolver, messen, wat gadgets. En toch kan er zó veel misgaan. Het voelt alsof Cluedo en Counter-Strike een one-night stand hebben gehad in een spookhuis. Soms zijn matches spannend en intens, alsof je in een horrorfilm zit. Andere keren voelt het alsof je minutenlang in een kast staat te wachten, alleen om door een idioot met een molotov uit je schuilplek geflikkerd te worden.
De Wildcards zijn leuk bedacht—regels veranderen ineens, er verschijnen nieuwe gekke effecten—maar soms voelt het ook als een bordspel waar iemand de regels tijdens het spel herschrijft. Leuk? Ja. Frustrerend? Ook ja.

Meer dan alleen verstoppertje
Naast de standaard “schiet je vrienden in het donker neer”-mode is er ook Graveyard Shift. Hier ga je samen met je vrienden relics zoeken terwijl schaduwdemonen je lastigvallen. Een soort co-op horror avontuur waar teamwork belangrijk is. Totdat je realiseert dat teamwork in deze game net zo fragiel is als een zaklampbatterij op 2%.
Op de PS5 draait Midnight Murder Club prima… meestal. Het licht- en schaduweffect is goed gedaan, geluid is top en de DualSense laat je hartslag bijna voelen. Maar: glitches, lag en soms vastzitten in meubels (ik ben drie keer letterlijk opgegeten door een stoel) halen de vaart eruit.
En qua content… ja, het is basically één groot huis. Dat huis is tof, maar na een paar avonden ken je elke hoek beter dan je eigen woonkamer. En dan verdwijnt een beetje van de magie.
Met vrienden is het goud, solo een nachtmerrie
Dit is zo’n game die staat of valt met je vriendenlijst. Met een volle lobby is het pure chaos: gillen, lachen, elkaar verraden, vriendschappen opzeggen. Zonder vrienden, met randoms, voelt het als karaoke zonder publiek: ongemakkelijk en saai. De Guest Pass is wel slim: één kopie van de game en je maten kunnen gratis meedoen. Ideaal voor dat ene groepje vrienden dat liever z’n geld uitgeeft aan een broodje shoarma dan aan games.

Sterk, maar niet perfect
Op PS5 ziet het er over het algemeen best netjes uit. De contrasten tussen licht en donker zijn dramatisch, wat helpt bij de spanning. De sound design steekt eruit—elke voetstap, elk geschuifel, elk geschreeuw klinkt moduleerbaar afhankelijk van waar je staat, wat je hoort (of niet hoort). Het licht van je zaklamp kleurt de muren, de schaduwen dansen, het is allemaal sfeer.
Echter: content-limieten zijn merkbaar. Eén kaart/landhuis voor nu, wat weinig variatie qua omgevingen. Na een aantal potjes herken je de kamers, de hoekjes, de geluiden: dan verdwijnt het nieuwigheidsgevoel een beetje. Ook de progression is sober: weinig prikkels om steeds terug te komen, behalve sociale spanning en chaos met vrienden. Voor een party game is dat misschien genoeg, maar sommige spelers willen meer beloond worden.
Conclusie
Midnight Murder Club is als een avondje stappen in een foute club: het is donker, je weet niet wie je kunt vertrouwen, en de kans is groot dat je spijt krijgt de volgende ochtend. Maar tijdens die nacht is het wél spannend, intens en soms hilarisch. Als partygame met vrienden is het een dikke aanrader. Als singleplayer-ervaring moet je dit gewoon niet spelen.








